Nieuws

Recentie KLEM

20-02-2013

Theater Locus zet zichzelf niet klem

Van onze theatermedewerker

Opera’s beginnen doorgaans met een ouverture. Toneelstukken kennen zo’n hors d’oeuvre van de voornaamste thema’s niet; toneel valt met de deur in huis. Zo niet bij Theater Locus blijkens de voorstelling ‘KLEM’ die afgelopen weekeinde liefst vier maal werd gespeeld in DOK H20, een loodsachtige ruimte in het Deventer havengebied, omgevormd tot een gigantische huiskamer met lange tafels en kolossale loungebanken. Bij Locus begon de voorstelling met een serie kleine parades van aan- en afmarcherende acteurs die behendig grote dienbladen door de ruimte droegen. Gestileerde kellners die met ferme tred en ‘Kopf hoch’ tussen de tafels doorstapten. 

Aan de tafels de theaterbezoekers, beter de gasten in dit theatrale restaurant. De langwerpige ruimte met iets van een podium aan de korte zijde was een perfecte plek voorhet gebeuren. Locus, de naam zegt het al, speelt bij voorkeur op verschillende locaties.

Tekst en beweging

Een ouverture in stilte, inderdaad een beetje beklemmend, en ook intimiderend met die marcherende kellners. Spannend ook (je voelde het bij het publiek), want wat zou er uit voortkomen? In feite hadden de vijf actrices en drie acteurs, geregisseerd door Daphne Kamerman, het publiek meteen in hun ban, zeg maar klem. Dat thema werd in een lange lijn van kleine scenes uitgewerkt. Zoals de ouverture al aangaf werden de scenes opgediend. De meeste ernstig, cynisch, kritisch van aard, maar steeds met een komisch element versierd, door de tekst of door de bewegingstaal. Locus toonde virtuoos een mengeling van teksttheater en bewegingstheater.

Dat laatste element werd vooral benut in korte ontspannende, vrolijke overgangen met klankwolkjes van muziek, een soort amuses die een meergangenmenu verteerbaar moeten maken. De act van twee dames die met vrolijke nonchalance een grote tafel over de toeschouwers heen zwaaiden, is er een klein voorbeeld van hoe weinig er nodig is om even de zinnen te verzetten en zo de aandacht weer op spanning te brengen.

Het thema ‘klem’ werd vooral uitgebeeld in scenes met relaties tot elkaar. Meteen de eerste was raak: een vrouw, duidelijk een muurbloempje, laat hardop haar gedachten gaan bij het zien van een andere vrouw die blijkbaar veel succes heeft bij mannen. Waarom zij wel, waarom ik niet, een vraag waar iedereen wel eens mee zit. Maar ook het publiek werd klem gezet. Je zult maar in eens een actrice als een slang over de tafel voorbij zien schuiven.

Voorleesact

Elkaar aantrekken en afstoten, elkaar besnuffelen (een geestig moment waarin de acteurs met vork en mes uit de haren van de bezoekers hapjes namen), elkaar uitdagen en zo elkaar klem zetten. In een sportschool, een restaurant, een huiskamer. Het werd op zeer gevarieerde wijze in een echte speelse stijl uitgewerkt, geen moralistische lesjes, maar puur theater. Zoals de vijf vrouwen die op en achter een treinbank stonden geplooid, vrijwel identiek gekleed, waarbij een van hen een confronterende dialoog voerde met een acteur in een groepje van drie, drie mannen in geblokte overhemden hangend aan een bartafeltje. Zo’n beeld klit in je geheugen en houdt de port’ee vast, zonder dat je nog precies weer wat er precies gezegd werd. Midden in de voorstelling een voorleesact uit de Dikke Van Dale van het lemma ‘klem’. De sappige theatrale stem waarmee de teksten werden gezegd, gefluisterd, geschreeuwd, zal mij lang heugen.  

Met dit cynische blijspel in snelle episodes maakte Theater Locus een productie die aan het professionele grenst, ook omdat alle acteurs met energie en gedrevenheid (en goed verstaanbaar) zich zowel in het ensemble voegden als individueel sterk voor de dag kwamen. Theater Locus zette zichzef beslist niet klem, een verdienste die ook de regisseuse moet worden aangerekend.


Franz Straatman


Reageer